Liedteksten Johannes de Heer: zie onderaan.
Orde van dienst
‘Onderweg op reis met God’
Aanvangswoord door ouderling van dienst
Zingen: lied 23b: 1,2 en 5 De Heer is mijn herder.
Bemoediging en groet
Gebed
Zingen: uit Johannes de Heer nr 5 en lied 802 door de wereld gaat een woord.
Lezen: Genesis 12: 1 – 7
Zingen: uit Johannes de Heer nr 232 en lied 805 Abraham, Abraham verlaat je land, verlaat je stam
Lezen: Hebreeën 11: 8 – 11
Zingen: uit Johannes de Heer nr 197 en lied 800 wat zou ik zonder U geweest zijn, vers 1 en 4
Verkondiging.
Zingen: uit Johannes de Heer nr 497 en lied 835 Jezus ga ons voor, deze wereld door, vers 1 en 4
Collecte en gebeden
Zingen: uit Johannes de Heer nr 213 en lied 801 Door de nacht, vers 1, 2, 5 en 7
Zegen met gezongen amen.
******************************************************
Johannes de Heer 5
1 Al den weg leidt mij mijn Heiland,
Wat verlangt mijn ziel dan meer?
Zou ik immer aan Hem twijf’len,
Die mij voortleidt keer op keer?
Zoete troost en zaal’ge vrede,
Heb ik steeds op Zijn bevel;
’k Weet, wat hier mij overkome,
„Hij maakt alle dingen wel.” (bis)
2 Al den weg leidt mij mijn Heiland,
Troost geeft Hij tot in den dood.
Als ik zwak ben in beproeving
Sterkt Hij mij met ’t hemelsch brood. —
Als mijn schreden soms gaan wank’len
En mijn ziel van dorst versmacht,
Geeft Hij mij het levend water,
En vernieuwt mijn levenskracht. (bis)
3 Al den weg leidt mij mijn Heiland,
Door al ’t aardsche stormgebruis,
En volkomen vreugde wacht mij
In het zalig Vaderhuis. —
Als ’k mijn kroon, die Hij zal geven,
Aan Zijn voeten nederleg,
Zal mijn lied voor eeuwig wezen:
„Jezus leidde m’ al den weg.” (bis)
Johannes de Heer 232
1 „Waarheen, pelgrims, waarheen gaat gij,
’t Oog omhoog en hand in hand?”
Wij gaan op des Konings roepstem,
Naar ons huis en Vaderland.
Over bergen en door dalen
Gaan wij naar die blijde zalen,
Gaan wij naar die blijde zalen
Van Gods huis in ’t Vaderland.
Gaan wij naar die blijde zalen
Van Gods huis in ’t Vaderland.
2 „Storm en duisternis bedreigt u;
Zijt daartegen gij bestand?”
Waarom zou ons harte vreezen,
Wand’lend aan des Heeren hand?
Jezus Zelf zal voor ons strijden,
En door Storm en nacht ons leiden,
En door Storm en nacht ons leiden,
Naar Gods huis in ’t Vaderland.
En door Storm en nacht ons leiden,
Naar Gods huis in ’t Vaderland.
3 „Zegt ons pelgrims, wat verwacht gij
Als uw deel aan ’t beet’re strand?”
Koningskroon en priesterkleeding
Wacht ons uit des Heilands hand.
God, den Heil’gen, Ongezienen,
Zullen wij met de eng’len dienen,
Zullen wij met de eng’len dienen,
In der eng’len huis en land.
Zullen wij met de eng’len dienen,
In der eng’len huis en land.
4 „Pelgrims, zegt ons, mogen wij ook
Met u trekken naar dat land?”
Komt, weest welkom, volgt ons allen,
’t Oog omhoog en hand aan hand.
Bij der eng’len vreugdezangen
Zal ons Jezus Zelf ontvangen,
Zal ons Jezus Zelf ontvangen,
In Gods huis in ’t Vaderland.
Zal ons Jezus Zelf ontvangen,
In Gods huis in ’t Vaderland.
Johannes de Heer 197
1 Volle verzeek’ring, Jezus is mijn!
Wat schenkt dat rust aan ’t volgzaam gemoed.
In Hem zal ’k zalig, zalig steeds zijn,
Wedergeboren door Jezus’ bloed.
Refrein:
Dit is mijn vreugde, altoos te zijn,
In mijnen Heiland, Jezus is mijn!
Dit is mijn vreugde, altoos te zijn,
In mijnen Heiland, Jezus is mijn!
2 Voll’ onderwerping, Zijn eigendom,
In Hem te rusten, heerlijk genot!
’t Eigen ik dooden, Zijn wil alleen,
Rijk in mijn Heiland, leven voor God.
Refrein
3 Volle verlossing, gansch vrij te zijn,
’k Mag alles leggen in Zijne hand;
’t Harte naar boven, ’t oog hemelwaarts,
Zoo Jezus volgen naar ’t vaderland.
Refrein
4 Volle bewustheid, Hij leeft voor mij!
Dit geeft mij blijvend, heerlijk genot!
’k Mag altijd wand’len aan Jezus’ zij.
’k Mag nu steeds leven voor mijnen God.
Refrein
Johannes de Heer 497
1 Zijn liefde zocht mij teeder,
Hij riep mij dag en nacht;
Hij vond en trok mij weder
Uit ’s duivels zondemacht.
Hij legde m’ op Zijn schouders neer,
En bracht mij tot de kudde weer.
Refrein:
Ja, Zijn liefde zocht mij,
En Zijn bloed, dat kocht mij;
Door genade ben ’k een kind van God,
Door genade ben ’k een kind van God.
2 Hij reinigde mijn wonden,
Hij stilde al mijn pijn,
Zoodat nu al mijn zonden
Door Hem gewasschen zijn.
’k Heb vreed’ en blijdschap in mijn hart,
Want Jezus droeg voor mij de smart.
Refrein
3 Om voor mijn schuld te boeten,
Verdroeg Hij smaad en hoon,
Verwond aan hand en voeten,
Op ’t hoofd een doornenkroon.
En Hij, Die mij het leven gaf,|
Droeg ook voor mij der zonde straf.
Refrein
4 Nu is Hij weer verrezen
En zit aan ’s Vaders zij;
Zijn Naam zij lofgeprezen,
Daar bidt Hij thans voor mij;
|Van waar nog steeds de kracht van ’t bloed
Mij voor des Satans macht behoedt.
Refrein
Johannes de heer 213
1 ’t Scheepken onder Jezus’ hoede,
Met de kruisvlag hoog in top,
Neemt als arke der verlossing
Allen, die in nood zijn, op.
Refrein:
Al slaat de zee ook hol en hoog
En zweept de storm ons voort,
Wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord,
En ’t veilig strand voor oog.
2 Zonne, bied dat scheepj’ uw glanzen,
Koeltje, stuwt het zacht vooruit;
Golven, steunt gebed en psalmzang
Met uw zilv’ren maatgeluid.
Refrein:
3 Arme zondaar, zie de kruisvlag,
Wapp’rend langs den oceaan.
Weet! de Heer is in het scheepje.
Kom! neem uw verlossing aan!
Refrein: