Datum 19 juni 2022
Aanvang 09:30
Locatie Emmaüskerk
Voorganger ds. R.M. den Hertog uit Zwolle
1e collecte Diaconaat
2e collecte Eigen kerkelijk werk


.

Orde van Dienst

1e zondag na Trinitatis

Orgelspel

Welkom en mededelingen

Lied 273 : 1, 4, 5

1      Loof God, die zegent al wat leeft,

        der heemlen Heer is Hij,

        die tussen ons zijn woning heeft.

        Die ver is, is nabij.

4      Loof God, want Hij spreekt onze taal,

        Hij troont op onze lof.

        In woord en doop en avondmaal

        houdt Hij bij ons zijn hof.

5      Loof God, die ons aan tafel vraagt,

        loof bruid, uw Bruidegom.

        Ik loof U die mijn leven draagt,

        o lieve God, ik kom.

Bemoediging en groet / Drempelgebed

Intochtspsalm 72 : 1, 4

1      Geef Heer, de koning uwe rechten

        en uw gerechtigheid

        aan ‘s konings zoon, om uwe knechten

        te richten met beleid.

        Dan ruist op alle bergen vrede,

        heil op der heuvlen top.

        Hij zal geweldenaars vertreden,

        maar armen richt hij op.

4      Hij zal de redder zijn der armen,

        hij hoort hun hulpgeschrei.

        Hij is met koninklijk erbarmen

        hun eenzaamheid nabij.

        Hij helpt, met hun bestaan bewogen,

        die zijn in vrees verward.

        Hun bloed is kostbaar in zijn ogen.

        Hij draagt hen in zijn hart.

Kyrie

Lied 304

1      Zing van de Vader die in den beginne

        de mensen schiep, de dieren en de dingen,

        hemel en aarde wil zijn naam bezingen:

        houd Hem in ere!

2      Zing van de Zoon, het licht voor onze ogen,

        bron van geluk voor wie Hem wil geloven,

        luister naar Hem het woord van alzo hoge:

        houd Hem in ere!

3      Zing van de Geest, de adem van het leven,

        duurzame kracht die mensen wordt gegeven.

        Waar wij ook gaan, wij hebben niets te vrezen:

        houd Hem in ere!

DIENST VAN DE SCHRIFTEN

Gebed van de zondag

Lezing uit OT: Jesaja 5:8-16

Wee degenen die zich huis na huis toe-eigenen,

die akker na akker samenvoegen,

tot er voor niemand meer ruimte is

en zij alleen het land bewonen.

Ik hoor de HEER van de hemelse machten zweren:

‘Al die huizen zullen tot puin vervallen,

zelfs de grootste en mooiste worden niet meer bewoond.

Een uitgestrekte wijngaard levert amper wijn op,

een berg zaaigoed maar één zak graan.’

Wee degenen die ’s ochtends in alle vroegte

naarstig op zoek gaan naar drank,

die zich tot diep in de nacht door wijn laten benevelen.

Bij al hun drinkgelagen klinkt muziek

van lier en harp, van tamboerijn en fluit.

Maar voor de daden van de HEER hebben zij geen oog,

wat Hij tot stand brengt zien ze niet.

Daarom gaat mijn volk in ballingschap –

omdat het geen inzicht heeft.

Hun edelen komen om van de honger,

de massa versmacht van dorst.

Het dodenrijk opent zijn keel,

het spert zijn muil wijd open.

Daar verdwijnt de bloem der natie, verzinkt de massa,

daar verstommen de druktemakers en feestvierders.

Zij worden vernederd, ze moeten buigen,

wie trots was, zal de ogen neerslaan.

De HEER van de hemelse machten is verheven in zijn oordeel,

de heilige God toont zich heilig in zijn gerechtigheid.

Lied 41 : 1

1      Heil hem die de geringe helpt in nood,

        hem helpt in nood de Heer.

        De Heer bewaart zijn leven voor de dood,

        herstelt hem in zijn eer.

        Wat deert hem of zijn vijand hem bespot,

        als Gij de redder zijt?

        De Heer is hem een groot en helpend God

        op ‘t bed der bitterheid.

Evangelielezing: Lucas 16:19-31

Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dopen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten: laten ze naar hen luisteren!” De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’

Lied 339a

U komt de lof toe, U het gezang,

U alle glorie, o Vader, o Zoon, o heilige Geest

in alle eeuwen der eeuwen.

Verkondiging

Orgelspel

Lied 342

1      In God de Vader op zijn troon

        geloven wij, en in de Zoon,

        uit God geboren voor de tijd

        Hem zij de macht, de majesteit!

2      En in de Geest, die ons geleidt,

        geloven wij: dat er altijd

        een Trooster is, zacht als de wind,

        een sterke moeder bij haar kind.

3      Lof zij de Vader, die ons schiep

        en licht uit nacht tevoorschijn riep.

        Lof zij de Zoon, die onze nood,

        ons kruis verdroeg en onze dood.

4      Die onderging en overwon

        en als de zon ten hemel klom,

        die aan de dag treedt op zijn tijd

        en eenmaal recht van onrecht scheidt.

5      Lof zij de Geest die wereldwijd

        ons kerk maakt: Christus toegewijd

        tot wij, van alle kwaad bevrijd,

        God zien in alle eeuwigheid.

DIENST VAN GAVEN EN GEBEDEN

(Pastorale mededelingen)

Dankgebed en voorbeden

(Inzameling van de gaven)

Gebed over de gaven

Nodiging tot de Maaltijd van de Heer

Beurtspraak en lofprijzing

De Heer zal bij u zijn!

        De Heer zal u bewaren.

Verheft uw harten tot God!

        Wij hebben ons hart bij de Heer.

Laten wij danken, de Heer onze God.

        Het past ons de Heer te danken.

De grote lofzegging

….zingen wij U toe:

Sanctus & Benedictus Lied 985

1      Heilig, heilig, heilig, hemelhoog verheven

        boven ons mensen: de naam van God de Heer!

        Heilig, heilig, heilig, Schepper van de wereld,

        mensen beneden zingen U ter eer!

2      Heilig, heilig, heilig, maker van de sterren,

        zonnen en manen en heel het firmament!

        Heilig, heilig, heilig, mateloze ruimte,

        machten en krachten, maak zijn naam bekend!

3      Heilig, heilig, heilig, bron van alle leven,

        bloemen en bomen en al wat adem heeft!

        Heilig, heilig, heilig, Vader van ons allen,

        eerste en laatste, U dankt al wat leeft!

Tafelgebed – vervolg

…. waar wij om bidden met de woorden:

Onze Vader……

Vredegroet

De vrede van de Heer zij altijd met u.

En met uw geest.

Wenst elkaar de vrede.

GEMEENSCHAP VAN BROOD EN WIJN

Dankgebed

Lied 422

1      Laat de woorden

        die we hoorden

        klinken in het hart.

        Laat ze vruchten dragen

        alle, alle dagen

        door uw stille kracht.

2      Laat ons weten,

        nooit vergeten

        hoe U tot ons spreekt:

        sterker dan de machten

        zijn de zwakke krachten,

        vuur dat U ontsteekt.

3      Laat ons hopen,

        biddend hopen,

        dat de liefde wint.

        Wil geloof ons geven

        dat door zo te leven

        hier Gods rijk begint.

Zending en zegen

Orgelspel